ECLI:NL:PHR:2011:BP0071
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor behulpzaamheid bij wederrechtelijk verblijf vreemdelingen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Den Haag waarin verdachte is veroordeeld voor het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van wederrechtelijk verblijf aan zeven vreemdelingen, overtreding van de bouwverordening en oplichting. Het hof legde een gevangenisstraf van zes maanden op, waarvan drie voorwaardelijk, en een geldboete.
In hoger beroep verzocht de raadsman van verdachte om het horen van elf getuigen, waaronder huurders en werknemers, om tegenstrijdigheden in verklaringen te onderzoeken. Het hof wees dit verzoek af omdat de woon- of verblijfplaatsen van veel getuigen onbekend waren en het verzoek onvoldoende concreet was onderbouwd. De advocaat-generaal en de Hoge Raad bevestigden deze afwijzing.
De middelen in cassatie richtten zich onder meer tegen de bewezenverklaring en de kwalificatie van het opzet. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht ernstige redenen aannam om te vermoeden dat het verblijf van de vreemdelingen wederrechtelijk was en dat de bewezenverklaring voldoende was onderbouwd. De middelen faalden, en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, en een geldboete.