ECLI:NL:HR:2011:BP0071
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof Den Haag
Op 15 februari 2011 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 mei 2009 behandeld. Het beroep was ingesteld door verdachte en vertegenwoordigd door mr. A.P. Visser. De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot cassatie kunnen leiden en dat gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering geen nadere motivering noodzakelijk is, omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren B.C. de Savornin Lohman en C.H.W.M. Sterk, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier J.D.M. Hart. Het beroep wordt verworpen, waarmee het arrest van het Gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.