ECLI:NL:PHR:2011:BO9562
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing rechtmatigheid onteigeningsbesluit na bestuurlijke fase bij betwisting uitvoering bestemmingsplan
De zaak betreft een geschil over de rechtmatigheid van een onteigeningsbesluit van de gemeente Uden ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan 'Hoenderbos III'. De erven van de eigenaar van het perceel betwistten de onteigening, stellende dat de gemeente onzorgvuldig had gehandeld door het overleggen van verschillende kaveltekeningen die niet in overeenstemming waren met het bestemmingsplan en dat de onteigening niet noodzakelijk was omdat zij zelf de bestemming konden realiseren.
De rechtbank oordeelde dat de rechter zich in beginsel moet beperken tot de vraag of de Kroon in redelijkheid tot goedkeuring van het onteigeningsbesluit kon komen, waarbij alleen feiten die tijdig in de bestuurlijke fase naar voren zijn gebracht in aanmerking worden genomen. De rechtbank concludeerde dat de vermeende nieuwe omstandigheden reeds bij de Kroon bekend waren en dat de Kroon de goedkeuring terecht had verleend.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en benadrukt dat de rechter slechts marginaal toetst, tenzij na het goedkeuringsbesluit nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden aan het licht komen die maken dat de onteigening niet meer geschiedt ten behoeve van het doel waarvoor onteigend werd. De stellingen van de erven over onzorgvuldigheid en strijd met het bestemmingsplan konden de noodzaak tot onteigening niet wegnemen, mede omdat onbetwist was dat zij niet zelf konden realiseren. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vervroegde onteigening wordt bevestigd.