ECLI:NL:PHR:2011:BO8001
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wederrechtelijk binnendringen ondanks toegangshandeling bij horecagelegenheden
Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens het wederrechtelijk binnendringen in meerdere besloten lokalen, waaronder een café en een discotheek, ondanks een schriftelijke horecaverbod voor de duur van één jaar. De verdediging voerde onder meer aan dat de horecagelegenheden niet als besloten lokalen konden worden aangemerkt en dat het binnendringen niet wederrechtelijk was omdat verdachte feitelijk werd binnengelaten.
De Hoge Raad bevestigt dat een besloten lokaal wordt gekenmerkt door een kenbare afscheiding van de omgeving, ongeacht of de toegang al dan niet openstaat voor het publiek. Het hof mocht bovendien aannemen dat horecagelegenheden niet onbeperkt toegankelijk zijn, maar slechts onder bepaalde voorwaarden en tijden. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het feit dat verdachte niet werd tegengehouden bij binnenkomst niet betekent dat hij gerechtigd was binnen te zijn, zeker niet als de eigenaar verklaart geen toestemming te hebben gegeven.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat stelde dat het binnendringen niet wederrechtelijk was omdat verdachte werd binnengelaten. Ook het middel dat de toegangslijst niet aan verdachte was uitgereikt, faalde omdat het hof dat op basis van het bewijs mocht aannemen. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de veroordeling van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens wederrechtelijk binnendringen ondanks feitelijke toelating.