ECLI:NL:PHR:2011:BO7992
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens valse schriftelijke volmacht
Verdachte werd door de economische politierechter veroordeeld wegens overtreding van een voorschrift van de Warenwet. Tegen dit vonnis stelde de vader van verdachte namens hem hoger beroep in met een schriftelijke volmacht. Het hof stelde echter vast dat de handtekening op deze volmacht niet van verdachte afkomstig was en verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De raadsman van verdachte voerde aan dat het hof ten onrechte de volmacht als vals had aangemerkt en dat de wens van verdachte om hoger beroep in te stellen voldoende was, mede omdat de raadsman dat ter zitting bevestigde. Het hof hield echter vast aan de formele vereisten en het belang van authenticiteit van de volmacht, en wees het beroep af.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, overwegende dat de schriftelijke volmacht een persoonlijk kenmerk van verdachte moet bevatten en dat het hof terecht twijfelde aan de echtheid van de handtekening. Ook werd geoordeeld dat het ontbreken van een geldige volmacht niet kon worden hersteld door verklaringen van de raadsman ter zitting. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens een valse schriftelijke volmacht.