ECLI:NL:PHR:2011:BO7522
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij verkeersovertredingen
Verzoeker tot cassatie, een gescheiden man met gezondheidsproblemen en een bijstandsuitkering, vroeg in december 2009 toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met een schuld van ruim €71.000, waaronder boetes van het CJIB voor 19 verkeersovertredingen. De rechtbank wees het verzoek in februari 2010 af wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van de CJIB-schuld. Het hof bevestigde dit oordeel en wees op het grote aantal overtredingen en het ontbreken van bewijs voor overmacht of onschuld.
Verzoeker stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen behandelverklaring had verlangd en dat de richtlijnen van Recofa onvoldoende waren toegepast, met name met betrekking tot de verschillende soorten boetes (Mulder- en Strabis-boetes). De Hoge Raad oordeelde dat de behandelverklaring niet relevant was voor het oordeel over goede trouw en dat de richtlijnen slechts richtlijnen zijn, geen bindende regels.
Het hof had terecht het grote aantal overtredingen in korte tijd meegewogen en het gebrek aan bewijs voor overmacht of onschuld. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof begrijpelijk en verwierp het cassatieberoep. De afwijzing van het verzoek tot schuldsanering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.