ECLI:NL:PHR:2011:BO7122
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet-tijdige inschrijving in handelsregister niet van toepassing bij directe kredietverstrekking
Deze zaak betreft een geschil over bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:180 lid 2 sub a BW Pro in verband met de inschrijving van EDG Beheer B.V. in het handelsregister. EDG Beheer werd opgericht op 10 juli 2002, maar de inschrijving bij de Kamer van Koophandel vond pas plaats op 12 juli 2002. Op de oprichtingsdatum werd een kredietovereenkomst gesloten tussen Staalbankiers en EDG Beheer, waarbij Staalbankiers een lening verstrekte van € 5.000.000.
Staalbankiers vorderde betaling van de bestuurders wegens het niet tijdig inschrijven van de vennootschap, waardoor volgens haar de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden die zijn aangegaan vóór de inschrijving. Het hof oordeelde dat art. 2:180 lid 2 sub a BW Pro niet van toepassing was omdat Staalbankiers wist wie haar contractspartij was en dat de inschrijving slechts twee dagen later plaatsvond, en dat toepassing van de bepaling in deze situatie onaanvaardbaar zou zijn op grond van redelijkheid en billijkheid.
De Hoge Raad stelt dat art. 2:180 lid 2 sub a BW Pro primair een sanctie is op het niet naleven van de inschrijvingsplicht en niet afhankelijk is van de kennis van derden of de goede trouw van bestuurders. De bepaling is geen regel van openbare orde, maar wel dwingend recht. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de toepassing van art. 2:180 lid 2 sub a BW Pro heeft beperkt op grond van redelijkheid en billijkheid en dat deze sanctie niet zonder meer buiten toepassing kan worden gelaten. Het beroep van Staalbankiers wordt gegrond verklaard en het arrest van het hof vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn op grond van art. 2:180 lid 2 sub a BW bij niet-tijdige inschrijving.