ECLI:NL:PHR:2011:BO6123
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontnemingsmaatregel wegens gebrek aan strafbaar feit voor tweede voordeelcomponent
In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 23 februari 2009 aan de betrokkene een ontnemingsmaatregel opgelegd ter zake van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit bedrag bestond uit twee componenten: een bedrag van € 5.700 uit de verkoop van amfetamine en een bedrag van € 30.250 dat het hof toerekende aan een feit waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd.
De betrokkene stelde cassatie in tegen deze maatregel, met name gericht op de tweede component. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van betrokkenen, waaronder een diffuus 'de auditu'-verklaring over een zogenaamde 'ripdeal' en een verklaring van de betrokkene zelf over niet geleverde grondstoffen. De Hoge Raad constateert dat het hof niet voldoende heeft gemotiveerd welk strafbaar feit met deze gedraging is bedoeld en dat het enkele niet-leveren van reeds betaalde goederen niet zonder meer als oplichting kan worden aangemerkt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet nauwkeurig heeft aangeduid waarop het zijn oordeel baseert en dat de vaststellingen onvoldoende zijn om het strafbare karakter van het feit aan te nemen. Daarom wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.