ECLI:NL:PHR:2011:BO4028

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01686 P
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 511h Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring wegens ontbreken schriftuur middelen van cassatie

De zaak betreft een cassatieberoep van een veroordeelde die door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 3 februari 2009 niet-ontvankelijk is verklaard in zijn hoger beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat er samenhang is tussen deze zaak en een andere zaak met een vergelijkbaar nummer.

Volgens de artikelen 437, tweede lid, juncto 511h van het Wetboek van Strafvordering dient binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv, een schriftuur houdende middelen van cassatie te worden ingediend door een raadsman. In deze zaak heeft de veroordeelde dit niet gedaan.

Daarom dient de veroordeelde in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep van de veroordeelde.

Uitkomst: Veroordeelde wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van een schriftuur door een raadsman.

Conclusie

Nr. 09/01686 P
Mr. Vellinga
Zitting: 9 november 2010
Conclusie inzake:
[Veroordeelde = betrokkene]
1. Veroordeelde is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 3 februari 2009 niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/01686P en 09/01687. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Ingevolge de artikelen 437, tweede lid, juncto 511h Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu veroordeelde niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient veroordeelde in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van veroordeelde in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG