ECLI:NL:PHR:2011:BO4028
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens ontbreken schriftuur middelen van cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van een veroordeelde die door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 3 februari 2009 niet-ontvankelijk is verklaard in zijn hoger beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat er samenhang is tussen deze zaak en een andere zaak met een vergelijkbaar nummer.
Volgens de artikelen 437, tweede lid, juncto 511h van het Wetboek van Strafvordering dient binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv, een schriftuur houdende middelen van cassatie te worden ingediend door een raadsman. In deze zaak heeft de veroordeelde dit niet gedaan.
Daarom dient de veroordeelde in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep van de veroordeelde.
Uitkomst: Veroordeelde wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van een schriftuur door een raadsman.