ECLI:NL:PHR:2011:BN8057
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van de saldomethode op lijfrentepremies en afkoop kapitaalverzekering met lijfrenteclausule
Belanghebbende sloot een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule tussen 1990 en 1999 en bracht premies als persoonlijke verplichtingen in aftrek. Vanaf 1992 voldeden deze premies niet aan de wettelijke voorwaarden voor aftrek. De Inspecteur corrigeerde de aanslagen en legde navorderingsaanslagen op voor de jaren waarvan de navorderingstermijn niet was verstreken. Belanghebbende betwistte dit en het geschil kwam uiteindelijk bij de Hoge Raad.
De kernvraag was of premies uit 1992, 1993 en 1999 bij toepassing van de saldomethode in mindering mogen worden gebracht op de waarde van de prestatie en of deze premies als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen tot het belastbare inkomen moeten worden gerekend. De Hoge Raad oordeelde dat alleen premies die volgens de wettelijke bepalingen in aftrek konden worden gebracht, in aanmerking komen bij de saldomethode. Premies die ten onrechte in aftrek zijn gebracht, vallen hier niet onder.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat premies die als persoonlijke verplichting in aanmerking konden worden genomen, als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen worden aangemerkt. Dit voorkomt dubbele belastingheffing bij afkoop. De berekeningen van het Hof en belanghebbende werden als juist beoordeeld, waarbij een deel van de afkoopsom als belastbaar inkomen werd aangemerkt en een ander deel als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen.
Uitkomst: Het beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard; premies die niet volgens wettelijke bepalingen aftrekbaar waren, mogen niet in mindering worden gebracht bij de saldomethode en worden niet als negatieve uitgaven belast.