ECLI:NL:PHR:2010:BO2018
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg verzekeringsvoorwaarden en rechtmatigheid buitengerechtelijke ontbinding arbeidsongeschiktheidsverzekering
Eiser sloot in 2001 twee arbeidsongeschiktheidsverzekeringen af bij Movir. Door een administratieve vergissing incasseerde Movir vanaf april 2004 geen premies meer via automatische incasso, waarna zij in april 2005 in één keer een groot bedrag probeerde te incasseren, wat door eiser werd gestorneerd. Eiser ontbond daarop de verzekeringsovereenkomst buitengerechtelijk wegens deze onzorgvuldige incasso.
De rechtbank en het hof oordeelden dat ondanks de tekortkoming van Movir, de dekking ononderbroken bleef en dat deze tekortkoming van te geringe betekenis was om ontbinding te rechtvaardigen. Het hof wees ook het standpunt van eiser af dat de dekking per 1 april 2004 was opgeschort vanwege niet-tijdige premiebetaling.
De Hoge Raad bevestigde dat de verzekeringsvoorwaarden uitleg behoeven en dat de tekortkoming van Movir geen voldoende grond is voor ontbinding. De redelijkheid en billijkheid beperken de werking van de contractuele bepalingen, en eiser kon niet zonder meer de verzekering ontbinden vanwege de eenmalige incasso. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de tekortkoming van de verzekeraar geen rechtvaardiging vormt voor buitengerechtelijke ontbinding.