ECLI:NL:PHR:2010:BO1976
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsverwerking en gerechtvaardigd vertrouwen bij vordering uit Promissory Notes
De zaak betreft een vordering van OCWI uit hoofde van twee Promissory Notes verstrekt aan verweerder ter financiering van de aankoop van aandelen in Piedmont. Verweerder oefende een putoptie uit en stelde dat de schuld door Piedmont was voldaan. OCWI maande tot betaling, maar reageerde niet op brieven waarin verweerder zijn betalingsvoorstel uiteenzette.
De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af op grond van rechtsverwerking. Het hof oordeelde dat OCWI door haar stilzwijgen gerechtvaardigd vertrouwen bij verweerder had gewekt dat hij van zijn schuld was gekweten, mede door de onderlinge verhoudingen en het pandrecht op de aandelen.
In cassatie betoogde OCWI dat het hof buiten de rechtsstrijd was getreden en dat de putoptie en betaling door Piedmont niet waren vastgesteld. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof zich niet hoefde uit te laten over de putoptie zelf, maar over het gerechtvaardigd vertrouwen dat OCWI had gewekt.
Het hof had terecht geoordeeld dat OCWI door haar gedrag en het uitblijven van reactie op de brieven van verweerder haar recht op de vordering had verwerkt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van OCWI en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: De vordering van OCWI uit hoofde van de Promissory Notes wordt afgewezen wegens rechtsverwerking door het gerechtvaardigd vertrouwen dat verweerder van zijn schuld was gekweten.