ECLI:NL:PHR:2010:BO0192
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gemeente voor schade door lozingen vanuit riooloverstort op perceel
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid van de gemeente voor de gevolgen van lozingen vanuit een riooloverstort op het perceel van eiseressen. Eiseressen stelden dat de gemeente onrechtmatig handelde door zonder vergunning te lozen en dat dit leidde tot bodemverontreiniging en hoge saneringskosten. De gemeente betwistte de frequentie van de lozingen en het causaal verband met de schade.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld door lozingen zonder WVO-vergunning, maar dat eiseressen de bewijsopdracht hadden om aan te tonen dat de overstort vaker dan tien keer per jaar in werking was geweest, wat niet voldoende was bewezen. Tevens werd geoordeeld dat bepaalde saneringskosten niet door de gemeente veroorzaakt waren, maar het gevolg van eigen keuzes van eiseressen.
In cassatie werd betoogd dat het hof ten onrechte de bewijsopdracht had opgelegd en dat de gemeente aansprakelijk moest worden gehouden op grond van onrechtmatige daad. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat eiseressen bewijs moesten leveren van het schadeveroorzakend onrechtmatig handelen, en dat de strafrechtelijke veroordeling van de gemeente wegens lozen zonder vergunning niet leidde tot een andere beoordeling in de civiele procedure. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseressen wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding tegen de gemeente afgewezen wegens onvoldoende bewijs van schadeveroorzakend onrechtmatig handelen.