ECLI:NL:PHR:2010:BN8388
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens ontbreken schriftelijke volmacht bij hoger beroep
In deze zaak heeft het hof te 's-Gravenhage de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat de door zijn raadsman aan de griffie verzonden brief niet voldeed aan de wettelijke eisen voor het instellen van hoger beroep. De brief bevatte geen schriftelijke bijzondere volmacht waaruit bleek dat de raadsman bepaaldelijk was gevolmachtigd om namens de verdachte hoger beroep in te stellen, noch dat de verdachte instemde met de uitreiking van de oproeping voor de terechtzitting aan de griffiemedewerker.
De Hoge Raad bevestigt dat de wetgever niet heeft voorzien in herstel van dergelijke vormverzuimen na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep. Ook het verlenen van verlof door de voorzitter van de verlofkamer (art. 410a Sv) ontslaat niet van de noodzaak dat het hoger beroep correct wordt ingesteld volgens de wettelijke eisen. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkverklaring.
De uitspraak benadrukt het belang van strikte naleving van de formele vereisten bij het instellen van hoger beroep, waaronder een schriftelijke volmacht met instemming van de verdachte en de juiste procedurele handelingen, om ontvankelijkheid te waarborgen.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige schriftelijke volmacht en instemming met uitreiking van de oproeping.