ECLI:NL:PHR:2010:BN7059
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en gevolgen beëindiging kredietovereenkomst door bank jegens borgstellers
In deze zaak staat centraal of ING Bank terecht en rechtmatig het krediet aan Nedlux met onmiddellijke ingang heeft beëindigd en of zij daardoor onzorgvuldig jegens borgstellers Rijnvakantie en een andere eiseres heeft gehandeld. In 1994 verstrekte ING geldleningen aan Nedlux, waarbij Rijnvakantie en de andere eiseres zich borg stelden. In 1998 besloot ING de kredietverstrekking te staken en het schip dat als onderpand diende executoriaal te verkopen.
Rijnvakantie en de andere eiseres stelden dat ING onzorgvuldig handelde door de kredietverlening abrupt te beëindigen en het schip via een makelaar te verkopen, waardoor een hogere opbrengst en continuering van exploitatie met Arke Reizen werd gefrustreerd. De rechtbank oordeelde aanvankelijk in hun voordeel, maar het hof vernietigde dit oordeel en veroordeelde hen tot nakoming van de borgtochtovereenkomsten.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht oordeelde dat ING het krediet mocht opzeggen gezien de slechte financiële situatie van Nedlux en dat de gestelde schade niet voldoende causaal verband houdt met het handelen van ING. De klachten tegen het oordeel van het hof worden verworpen, waarmee het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en Rijnvakantie en de andere eiseres worden veroordeeld tot nakoming van hun borgtochtoverplichtingen jegens ING.