ECLI:NL:PHR:2010:BN4767
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks betoog vertrouwensbeginsel bij opsporing coffeeshops
In deze zaak was verdachte door het hof veroordeeld tot een taakstraf wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, onder C, van de Opiumwet. Verdachte stelde in cassatie dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat er binnen de lokale driehoek beleidsafspraken zouden zijn gemaakt die het vertrouwen van verdachte rechtvaardigden dat hij niet vervolgd zou worden.
Het hof had dit niet-ontvankelijkheidsverweer verworpen, stellende dat uit een brief van de officier van justitie bleek dat er geen formele afspraken waren gemaakt en dat ook geen informele afspraken aannemelijk waren geworden waaraan verdachte gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen. Daarnaast was geen sprake van willekeur bij de opsporing.
De Hoge Raad bevestigde dat voor niet-ontvankelijkheid slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is, namelijk wanneer een bevoegde autoriteit gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat niet vervolgd zou worden. De door verdachte aangevoerde beleidsafspraken waren niet voldoende gepubliceerde beleidsregels en konden het openbaar ministerie niet binden. De Hoge Raad verwierp het middel en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het openbaar ministerie blijft ontvankelijk in de vervolging.