ECLI:NL:PHR:2010:BN4232
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Motivering schatting wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij onvoldoende toegelicht
In deze zaak stond de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij centraal. Het hof had vastgesteld dat de hennepplanten na een kweekperiode van ruim zes weken waren geoogst, maar rekende voor de opbrengst per plant een norm van 28,2 gram hennep, gebaseerd op een kweekperiode van negen tot tien weken. Dit leidde tot onduidelijkheid over de juistheid van de schatting.
De Hoge Raad overwoog dat het hof onvoldoende inzicht had gegeven in de gedachtegang achter de schatting, met name over het aantal oogsten en de kweekperioden. Hoewel theoretisch meerdere oogsten mogelijk waren, ontbrak een duidelijke motivering waarom de norm van 28,2 gram per plant werd toegepast bij een kortere kweekperiode. De conclusie van de Hoge Raad was dat het middel faalt, mede omdat de voordeelsrapportage een kweekcyclus van tien weken als uitgangspunt neemt en er aanwijzingen zijn voor meerdere oogsten.
De Hoge Raad vond geen aanleiding om het arrest te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. De zaak hangt samen met andere ontnemingszaken betreffende medebetrokkenen, waarin soortgelijke conclusies zijn getrokken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van € 5.000 blijft gehandhaafd.