ECLI:NL:PHR:2010:BN2352
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over recht op advocaat bij inverzekeringstelling en Salduz-verweer
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor meervoudige oplichting. Het centrale geschilpunt betreft het Salduz-verweer: of verdachte voorafgaand aan de inverzekeringstelling en het eerste politieverhoor de mogelijkheid had moeten krijgen om een advocaat te raadplegen.
Het hof verwierp het verweer dat de verklaringen van verdachte onrechtmatig waren verkregen omdat hij geen advocaat had kunnen raadplegen voorafgaand aan de inverzekeringstelling. Het hof stelde dat er geen rechtsregel bestaat die voorschrijft dat de politie pas mag verhoren nadat de verdachte contact heeft gehad met een advocaat.
De Hoge Raad herhaalt echter de relevante jurisprudentie, waaronder het arrest HR LJN BH3079, en stelt dat uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (art. 6 EVRM Pro) volgt dat een verdachte vóór het eerste verhoor door de politie moet worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat en binnen redelijke grenzen de gelegenheid moet krijgen dit recht te verwezenlijken, tenzij ondubbelzinnige afstand is gedaan of er dwingende redenen zijn.
De Hoge Raad verklaart het middel gegrond, vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling. Hiermee wordt het belang van het recht op bijstand van een advocaat bij het politieverhoor benadrukt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van het recht op advocaat voorafgaand aan het eerste verhoor.