ECLI:NL:PHR:2010:BN1396
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens verstrijken geldigheid ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige
In deze zaak heeft de moeder cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof Amsterdam, waarin de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige zoon werd bekrachtigd. De rechtbank Utrecht had deze verlengingen toegekend voor de periode van mei 2009 tot respectievelijk mei 2010 en december 2009.
De moeder stelde tijdig cassatieberoep in, maar verweerster in cassatie heeft geen verweerschrift ingediend. De Hoge Raad overweegt dat de geldigheidsduur van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing inmiddels zijn verstreken op 19 mei 2010 en 1 januari 2010.
Volgens vaste jurisprudentie betekent dit dat de moeder geen belang meer heeft bij haar cassatieberoep. Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het verstrijken van de geldigheidsduur van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.