ECLI:NL:PHR:2010:BM8137
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt correctie lijfrentepremies bij verhuizing en bestuur BV
Belanghebbende, samen met zijn echtgenote eigenaar van een melkveebedrijf, richtte in 1999 een BV op waarin het agrarisch bedrijf werd ingebracht. In 2001 verhuisden belanghebbende en zijn echtgenote naar Denemarken. De BV werd bestuurd door B, die geen arbeidsovereenkomst had en geen vergoeding ontving, waardoor het hof oordeelde dat B als stroman fungeerde en de feitelijke leiding bij belanghebbende en zijn echtgenote bleef.
De Inspecteur corrigeerde het belastbaar inkomen door lijfrentepremies die in 1999 waren afgetrokken als negatieve uitgaven in 2001 bij te rekenen, omdat de BV niet langer aan de voorwaarden voldeed. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond voor een vermindering van de aanslag, maar bevestigde de correctie van de lijfrentepremies.
In cassatie stelde belanghebbende vier middelen voor, waaronder de onjuiste toepassing van de bewijslast, onvoldoende motivering van het stroman-oordeel, strijdigheid met overgangsrecht en onzorgvuldige correctie door de Inspecteur. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde de rechtmatigheid van de correctie en het oordeel van het hof.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de correctie van de lijfrentepremies als negatieve uitgaven bevestigd.