ECLI:NL:PHR:2010:BM4424
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, wegens medeplegen van het opzettelijk onjuist doen van belastingaangiften en het niet voeren en bewaren van administratie zoals vereist volgens de belastingwet.
Namens de verdachte is cassatie ingesteld door advocaat mr. J.W. Verhoef. De aanzegging van het cassatieberoep is rechtsgeldig op 17 november 2008 uitgereikt aan een huisgenoot van de verdachte. De wettelijke termijn van twee maanden voor het indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie verstreek op 16 januari 2009.
Omdat de verdachte niet binnen deze termijn schriftuur houdende middelen van cassatie heeft ingediend, kan hij niet in het cassatieberoep worden ontvangen op grond van artikel 437, tweede lid, Sv. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het cassatieberoep.
Deze beslissing betreft een samenhangend dossier met meerdere verdachten, waarbij in alle zaken dezelfde conclusie wordt getrokken.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.