ECLI:NL:PHR:2010:BM4127
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling getuigenverklaring met voorbehoud in mishandelingszaak
In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte veroordeeld voor mishandeling op basis van een getuigenverklaring waarin de getuige de woorden 'volgens mij' gebruikte bij het beschrijven van een handeling van de verdachte. De verdediging stelde dat deze woorden een ontoelaatbare gissing of vermoeden uitdrukten, waardoor de verklaring niet als bewijs kon dienen.
De Hoge Raad overwoog dat het gebruik van 'volgens mij' niet per definitie betekent dat de verklaring geen waarneming betreft, maar ook kan aangeven dat de getuige zich bewust is van de feilbaarheid van zijn waarneming en geheugen. Hierdoor doet het voorbehoud aan de toelaatbaarheid van de verklaring geen afbreuk.
Daarnaast stelde de Hoge Raad dat zelfs indien de zinsnede als een gissing zou worden beschouwd, de bewezenverklaring ook zonder deze passage voldoende onderbouwd is door andere verklaringen en medische bewijzen. De klacht dat het hof niet had gereageerd op een betrouwbaarheidsverweer faalde eveneens wegens gebrek aan onderbouwing.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde daarmee het oordeel van het hof, waarmee de veroordeling van verdachte voor mishandeling stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor mishandeling.