ECLI:NL:PHR:2010:BM2447
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid bewijs verkregen bij toezichtonderzoek en verworpen beroep op onrechtmatigheid
In deze zaak stond centraal of het bewijs dat tijdens een toezichthoudend bedrijfsbezoek werd verkregen, onrechtmatig was omdat het luik dat toegang gaf tot een hennepkwekerij zonder voldoende wettelijke grondslag werd geopend. De verdediging voerde aan dat het openen van het luik niet noodzakelijk was voor de taak van de toezichthouder en dat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond, waardoor het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard.
De Hoge Raad overwoog dat het Hof terecht had geoordeeld dat toestemming van de verdachte was gegeven voor het betreden van het pand en het openen van het luik, mede doordat verdachte een zaklamp aan de verbalisanten overhandigde. Daarnaast werd benadrukt dat een toezichthouder zijn bevoegdheden ook mag inzetten voor opsporing van strafbare feiten, mits dit binnen de wettelijke kaders blijft. Het Hof had het bewijs van verklaringen van medeverdachte en getuigen als overtuigend beoordeeld.
Hoewel de Hoge Raad de motivering van het Hof omtrent toestemming voor het openen van het luik als onvoldoende vond, was dit geen reden voor cassatie. Het middel faalde ook omdat het beroep op onrechtmatig bewijs en niet-ontvankelijkheid niet voldeed aan de hoge eisen voor vormverzuimen. Het arrest bevestigt dat toezichtonderzoeken gericht op milieuwetgeving ook opsporingsdoeleinden kunnen hebben en dat bewijs dat op deze wijze wordt verkregen, in beginsel toelaatbaar is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het bewijs is rechtmatig verkregen en de veroordeling blijft in stand.