ECLI:NL:PHR:2010:BM1844
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw en onjuiste schuldenstaat
De vrouw en de man, ex-partners met gezamenlijke kinderen, hebben ieder afzonderlijk een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees deze verzoeken af op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro, omdat zij niet te goeder trouw zouden zijn geweest met betrekking tot een schuld aan de gemeente Heemskerk, die binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek was ontstaan.
In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis voor de vrouw en verklaarde haar verzoek niet-ontvankelijk vanwege een onjuiste schuldenstaat en twijfel over de verklaring van de gemeente over het mislukken van de minnelijke regeling. Voor de man bekrachtigde het hof het vonnis en oordeelde dat zijn schuld niet te goeder trouw was ontstaan binnen de termijn van vijf jaar, en dat onvoldoende omstandigheden waren voor afwijking van deze regel.
Beide partijen stelden cassatieberoep in. De Hoge Raad overwoog dat het ontbreken van juiste informatie bij het verzoekschrift en het niet te goeder trouw zijn binnen de relevante termijn gegrond waren. Tevens werd bevestigd dat de rechter niet verplicht is een termijn te gunnen voor het aanvullen van ontbrekende gegevens. De klachten van verzoekers faalden en hun cassatieberoepen werden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen en bevestigde de afwijzing van de verzoeken tot schuldsaneringsregeling.