ECLI:NL:PHR:2010:BM1070
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling vader veroordeeld voor moord op moeder wegens belangen kinderen
De zaak betreft een verzoek van een vader, die in een penitentiaire inrichting verblijft na veroordeling voor moord op de moeder van zijn kinderen, om een omgangsregeling met zijn kinderen vast te stellen. De kinderen verblijven bij pleegouders en hebben sinds het overlijden van hun moeder nauwelijks contact met hun vader gehad.
De rechtbank en het hof hebben het verzoek van de vader afgewezen, waarbij het hof oordeelde dat omgang met de vader in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen. De kinderen zijn jong, kwetsbaar en hebben een afwijzende houding ten aanzien van contact met hun vader. Een nieuw onderzoek werd niet noodzakelijk geacht vanwege de belasting voor de kinderen.
De vader stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat het belang van de kinderen prevaleert en dat het hof voldoende was voorgelicht om een verantwoorde beslissing te nemen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn kinderen wordt afgewezen wegens strijd met hun zwaarwegende belangen.