ECLI:NL:PHR:2010:BM0872
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling poging tot inbraak en diefstal wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een onherroepelijk arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin aanvrager werd veroordeeld voor poging tot inbraak en diefstal met braak in een bedrijfspand te Hengelo. De veroordeling berustte mede op geuridentificatieproeven uitgevoerd door speurhonden, waarbij menselijke geur werd vergeleken met geursporen op inbrekerswerktuigen en een hamer.
Uit het dossier blijkt dat de geurproeven niet zijn uitgevoerd volgens de voorgeschreven methoden, met name doordat de hondengeleider de volgorde van de geurdragers kende, hetgeen de betrouwbaarheid van het bewijs ernstig aantast. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat geurproeven in de periode september 1997 tot maart 2006 onder deze omstandigheden als onvoldoende betrouwbaar moeten worden beschouwd.
De Hoge Raad oordeelt dat zonder het geurproefbewijs onvoldoende bewijs resteert voor de bewezenverklaring van de diefstal met braak, terwijl de bewezenverklaring van de poging tot inbraak wel standhoudt. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond voor het tweede feit en beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het arrest. De zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde berechting conform artikel 467 Sv Pro.
De procedure werd gevoerd met uitgebreide bewijsmiddelen waaronder verklaringen van politieagenten, getuigen, forensisch onderzoek naar werktuigsporen en schoensporen, en gedetailleerde verslagen van de geuridentificatieproeven. De conclusie van de Procureur-Generaal ondersteunt de gegrondverklaring van de herziening voor het tweede feit.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor het tenlastegelegde diefstal met braak en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting.