ECLI:NL:HR:2010:BM0872
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onregelmatigheden bij geuridentificatieproef in diefstalzaak
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Arnhem uit 2002, waarin de aanvrager is veroordeeld voor poging tot diefstal en diefstal uit een bedrijfspand in Hengelo. Centraal staat het gebruik van geuridentificatieproeven door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland, waarvan later bleek dat deze mogelijk onregelmatig waren uitgevoerd.
De Hoge Raad overweegt dat de geuridentificatieproeven in de periode 1997-2006 vermoedelijk in strijd met het protocol zijn uitgevoerd, omdat de hondengeleiders vooraf op de hoogte waren van de sorteervolgorde van de geurdragers. Dit leidt ertoe dat de betrouwbaarheid van deze bewijsmiddelen niet kan worden gegarandeerd.
Voor het eerste ten laste gelegde feit acht de Hoge Raad het overige bewijsmateriaal, zoals videobeelden en verklaringen, voldoende om de veroordeling te handhaven. Voor het tweede ten laste gelegde feit is het echter aannemelijk dat zonder de geurproef het bewijs onvoldoende was, waardoor een ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager vrijgesproken zou zijn.
Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond voor het tweede feit, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het arrest en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling en beslissing.
Uitkomst: Herzieningsaanvraag gegrond verklaard voor het tweede feit en zaak verwezen voor hernieuwde behandeling.