ECLI:NL:PHR:2010:BL6733
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot negen jaar gevangenisstraf voor medeplegen poging tot moord ondanks verminderde toerekeningsvatbaarheid
Het gerechtshof Arnhem heeft verdachte veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot moord op haar echtgenoot, waarbij zij samen met een medeverdachte uitvoerig plannen maakte en het slachtoffer met medicijnen versuffen en vervolgens in de keel sneed. Het feit vond plaats in de echtelijke woning terwijl de kinderen sliepen, wat groot leed veroorzaakte.
De verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met deskundigenrapporten waaruit bleek dat zij ten tijde van het delict een geestelijke stoornis had, waardoor haar toerekeningsvatbaarheid slechts in beperkte mate aanwezig was. Het hof nam deze conclusies over en hield rekening met het behandelperspectief, dat niet nadelig beïnvloed zou worden door een lange gevangenisstraf.
De verdediging voerde aan dat een lichtere straf passend was, mede vanwege de stoornis en het behandelperspectief, en dat het hof onvoldoende op dit verweer had gereageerd. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof voldoende had gemotiveerd waarom een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend was en dat het strafmotief begrijpelijk was.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan zestien maanden, wat leidt tot strafvermindering. Het beroep in cassatie werd afgewezen voor het merendeel, maar de strafoplegging werd vernietigd en terugverwezen voor strafvermindering naar het oordeel van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling maar vernietigt de strafoplegging wegens overschrijding van de redelijke termijn en wijst strafvermindering toe.