ECLI:NL:HR:2010:BL6733
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een strafzaak tegen de verdachte, die op het moment van aanzegging gedetineerd was in Zwolle. De advocaat van de verdachte stelde een middel van cassatie voor, waarop de Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en vermindering van de straf.
De Hoge Raad constateerde dat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met negen jaren.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en bepaalde dat deze acht jaren en zeven maanden bedraagt. Het beroep werd voor het overige verworpen. Het middel van cassatie werd niet ontvankelijk verklaard omdat het geen rechtsvragen opriep die beantwoording in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisten.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot acht jaren en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.