ECLI:NL:PHR:2010:BL6669
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling diefstal ondanks onbetrouwbare geurproef
De zaak betreft een veroordeling door het Gerechtshof Arnhem van een verdachte wegens diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij braak is gepleegd. De verdachte werd veroordeeld tot tien weken gevangenisstraf. De veroordeling was onherroepelijk. De verdachte verzocht om herziening op grond van art. 457 Sv Pro, stellende dat de geuridentificatieproef die door de politiehondendienst was uitgevoerd onbetrouwbaar was omdat de hondengeleider de volgorde van de geurdragers kende, wat in strijd is met de voorschriften.
De geurproef werd gehouden op 19 mei 2005 en was onderdeel van het bewijs tegen de verdachte. De Hoge Raad stelde echter vast dat in de periode van september 1997 tot maart 2006 dergelijke geurproeven in strijd met het voorschrift werden uitgevoerd, waardoor de resultaten niet als voldoende betrouwbaar konden gelden. Desondanks concludeerde de Hoge Raad dat het hof ook zonder de geurproef op basis van het overige bewijsmateriaal tot een bewezenverklaring was gekomen.
Het overige bewijsmateriaal bestond uit verklaringen van verbalisanten, getuigenverklaringen, telefoongegevens waaruit contact tussen verdachten bleek, het aangetroffen gestolen goed in een voertuig, en de omstandigheden van de aanhouding. De Hoge Raad oordeelde dat er geen ernstig vermoeden was dat het hof de verdachte vrijgesproken zou hebben zonder de geurproef. Daarom werd het verzoek tot herziening ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening ongegrond en bevestigt de veroordeling tot tien weken gevangenisstraf.