ECLI:NL:PHR:2010:BL6552
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting wegens overschrijding naheffingstermijn
Belanghebbende, werkzaam als taxichauffeur en houder van een auto met taxivrijstelling motorrijtuigenbelasting (mrb), kreeg naheffingsaanslagen en boetes opgelegd voor de jaren 1998 tot 2000 omdat de vrijstelling volgens de inspecteur ten onrechte was verleend. Na bezwaar en beroep vernietigde het hof de naheffingsaanslagen en boetes omdat deze betrekking hadden op tijdvakken vóór de termijn waarbinnen naheffing op grond van artikel 76 Wet Pro mrb '94 mogelijk zou zijn.
De staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 76 Wet Pro mrb '94 geen lex specialis is die artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) uitsluit. De inspecteur mocht daarom de naheffing baseren op artikel 20 Awr Pro, die een termijn van vijf jaar na het belastingschuldjaar toestaat. Het hof had ten onrechte de naheffing beperkt tot de periode rond de constatering in 2003.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar een ander hof om te beoordelen of belanghebbende de auto geheel of nagenoeg geheel voor taxivervoer heeft gebruikt gedurende de naheffingstijdvakken. Hiermee is de zaak inhoudelijk nog niet beslecht, maar is de procedure heropend voor een juiste toepassing van de naheffingstermijn.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere beoordeling.