ECLI:NL:PHR:2010:BL5567
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opzet bij seksueel binnendringen met slachtoffer in verminderd bewustzijn
In deze zaak werd verdachte door het Hof Arnhem veroordeeld wegens het seksueel binnendringen van een slachtoffer waarvan hij wist dat zij in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde. Het slachtoffer was dronken en sliep op het moment van de handelingen. Diverse verklaringen van het slachtoffer en getuigen ondersteunden deze feiten.
De verdediging stelde in cassatie dat het bewijs onvoldoende was om het vereiste opzet te bewijzen, omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte wist van het verminderd bewustzijn van het slachtoffer. De Hoge Raad oordeelde echter dat onder art. 243 Sr Pro ook voorwaardelijk opzet valt, en dat het Hof terecht had geoordeeld dat verdachte wist dat het slachtoffer sliep tijdens het binnendringen.
De Hoge Raad bevestigde dat slaap een toestand van verminderd bewustzijn is zoals bedoeld in art. 243 Sr Pro, en dat de wetgever met deze strafbepaling personen wilde beschermen die onvrijwillig in seksuele handelingen worden betrokken tijdens (half)slaap. Het middel faalde en het bewijs was toereikend.
Wel werd ambtshalve opgemerkt dat de redelijke termijn van meer dan 24 maanden was overschreden, wat strafvermindering rechtvaardigt. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest alleen voor wat betreft de strafoplegging, en beperkte de strafvermindering tot de gebruikelijke maatstaf, terwijl het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt opzet en vernietigt arrest alleen vanwege termijnoverschrijding, met strafvermindering.