ECLI:NL:HR:2002:AE8908
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en cassatieverwerping in zaak seksueel binnendringen bij bewusteloze vrouw
De verdachte werd in hoger beroep vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van seksueel binnendringen bij een bewusteloze vrouw, nadat de rechtbank hem daarvoor tot twee jaar gevangenisstraf had veroordeeld. Het hof stelde vast dat de verdachte handelingen had verricht terwijl het slachtoffer bewusteloos of lichamelijk machteloos was, maar sprak hem vrij.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak. De Hoge Raad beoordeelde of het hof terecht had geoordeeld dat de verdachte wist dat het slachtoffer in een staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde. Het hof had dit gebaseerd op gedragingen van het slachtoffer en de situatie waarin deze verkeerde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn bewezenverklaring voldoende had gemotiveerd en dat het begrip 'weten' in art. 243 Sr Pro ook voorwaardelijk opzet kan omvatten. Het cassatieberoep werd verworpen omdat geen onjuistheid of onbegrijpelijkheid in de motivering was vastgesteld.
De uitspraak bevestigt dat het strafrechtelijke begrip 'weten' onder art. 243 Sr Pro ook het willens en wetens aanvaarden van een aanmerkelijke kans omvat dat het slachtoffer bewusteloos is, en benadrukt de noodzaak tot bescherming van weerloze personen tegen seksuele handelingen.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dat verdachte wist dat slachtoffer bewusteloos was.