ECLI:NL:PHR:2010:BL4076
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling vader met minderjarig kind wegens strijd met belangen kind
De vader stelde een verzoek in tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn minderjarige kind. De rechtbank Leeuwarden wees dit verzoek af en het hof te Leeuwarden bekrachtigde deze beslissing. De vader stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde middelen niet tot cassatie konden leiden. De bestreden rechtsoverwegingen bevatten voornamelijk weergaven van bevindingen en adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming en het Bureau Jeugdzorg, en geen eigen oordeel van het hof.
Het hof had geoordeeld dat het vaststellen van een omgangsregeling onder de gegeven omstandigheden in strijd was met de zwaarwegende belangen van het kind, zoals bedoeld in art. 1:377a lid 3 sub d BW. Dit oordeel was niet onjuist en niet onbegrijpelijk, en kan in cassatie niet worden getoetst omdat het verweven is met feitelijke waarderingen.
Daarom werd het cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro, en bleef de afwijzing van de omgangsregeling in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling tussen vader en kind wordt afgewezen wegens strijd met de zwaarwegende belangen van het kind.