ECLI:NL:PHR:2010:BL3283
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schadeloosstelling bij vervroegde onteigening met toepassing kapitalisatiefactor 7
De zaak betreft de vervroegde onteigening van een bedrijfspand in eigendom van de Gemeente 's-Gravenhage, waarin de huurder een meubelzaak dreef. De Rechtbank stelde de schadeloosstelling vast op ruim €1,4 miljoen, bestaande uit vermogensschade en inkomensschade, waarbij een kapitalisatiefactor 7 werd toegepast voor de berekening van de inkomensschade.
De Gemeente betwistte onder meer de toepassing van kapitalisatiefactor 7, de vergoeding van rechtsbijstandskosten en de rentelasten voortvloeiend uit noodzakelijke financiering van ontslagvergoedingen. De Rechtbank volgde de deskundigen en wees de klachten van de Gemeente af. Ook de door de huurder ingestelde klachten over de berekening van liquidatieschade en inkomensschade werden verworpen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van de Rechtbank dat de kapitalisatiefactor 7 passend is, dat rechtsbijstandskosten die de winst drukken vergoed moeten worden, dat geen aftrek wegens loonvormende arbeid wordt toegepast, en dat rentelasten als gevolg van noodzakelijke financiering van ontslagvergoedingen als onteigeningsgevolg vergoed dienen te worden. De klachten van beide partijen worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen en bevestigt de schadeloosstelling met kapitalisatiefactor 7 en vergoeding van rentelasten en rechtsbijstandskosten.