ECLI:NL:PHR:2010:BL1124
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens boedelachterstand
Verzoeker heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het hof Amsterdam van 18 augustus 2009, waarin het hof het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 mei 2009 heeft bekrachtigd. Dit vonnis beëindigde de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van verzoeker wegens een boedelachterstand van ruim €12.000.
Het cassatieberoep richt zich op de stelling dat geen sprake zou zijn van een boedelachterstand omdat alle inkomsten van verzoeker in de boedel zouden zijn gevloeid. De Hoge Raad oordeelt dat deze stelling in cassatie niet kan worden onderzocht omdat het een feitelijke beoordeling betreft die niet in cassatie aan de orde kan komen. Tevens is deze stelling een ongeoorloofd novum.
Daarom wordt het cassatieberoep verworpen met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, zonder dat rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling hoeven te worden beantwoord.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt bevestigd.