ECLI:NL:PHR:2010:BL1036
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over levering en omzetbelasting bij huis-aan-huis verkoop van wenskaarten
Belanghebbende, een ondernemer die wenskaarten uitgeeft en huis-aan-huis verkoopt via kaartverkopers, was onderwerp van een naheffingsaanslag omzetbelasting en een vergrijpboete. De kern van het geschil was of belanghebbende de wenskaarten aan de kaartverkopers verkocht, die deze vervolgens aan particulieren leverden, of dat hij de kaarten rechtstreeks aan de particulieren leverde. Dit verschil bepaalt over welk bedrag omzetbelasting verschuldigd is.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat belanghebbende de kaarten rechtstreeks aan de particulieren leverde, omdat de kaartverkopers nooit de macht hadden om als eigenaar over de kaarten te beschikken. De brief van de Inspecteur van 18 maart 1997, waarin werd aangegeven dat indien de kaartverkopers namens belanghebbende verkochten, hij over de gehele omzet btw moest afdragen, wekte geen rechtens te beschermen vertrouwen. Belanghebbende had zich bewust blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij te weinig belasting betaalde, zodat de boete passend was.
In cassatie betoogde belanghebbende dat het Hof het recht had geschonden door de machtsoverdracht aan kaartverkopers te ontkennen en dat hij wel vertrouwen mocht ontlenen aan de inspecteursbrief. De Hoge Raad verwierp deze middelen, bevestigde het oordeel over de levering en het vertrouwen, en oordeelde dat de boete terecht was opgelegd. Wel stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de berekening van de naheffingsaanslag te hoog was en adviseerde deze te verminderen, evenals de boete.
Uitkomst: Belanghebbende is omzetbelasting verschuldigd over het volledige bedrag dat de particulieren betalen; het beroep op vertrouwen wordt verworpen en de boete is passend, maar de naheffingsaanslag wordt ambtshalve verminderd.