ECLI:NL:PHR:2010:BK9219
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken grieven in fraudekwestie bij uitkering
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens het opzettelijk niet tijdig verstrekken van gegevens aan de Vakdirectie Sociale Zaken van de gemeente Breda, wat leidde tot bevoordeling bij het ontvangen van een uitkering op grond van de Algemene Bijstandswet en de Wet Werk en Bijstand. Het hof legde een taakstraf op van 180 uur werkstraf subsidiair 90 dagen hechtenis.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. Een van de middelen betrof het niet in de gelegenheid stellen van de verdachte om zijn bezwaren tegen het vonnis van de rechtbank op te geven na de voordracht van de advocaat-generaal. De Hoge Raad overwoog dat artikel 416 Sv Pro na wijziging een actieve proceshouding van de verdachte in hoger beroep vereist, waarbij het ontbreken van schriftelijke grieven of mondelinge bezwaren kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. In deze zaak was de verdachte weliswaar aanwezig, maar had geen grieven kenbaar gemaakt, en het hof had de zaak volledig opnieuw onderzocht, waardoor geen schending van het recht op rechtsbescherming was.
Daarnaast werd het middel aangevoerd dat het bewezenverklaarde niet voldoende was onderbouwd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewezenverklaring toereikend had gemotiveerd en dat de alternatieven in de tenlastelegging (artikel 65 lid 1 Abw Pro en artikel 17 WWB Pro) als opeenvolgend moesten worden gezien, wat door de bewijsmiddelen werd ondersteund.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof, waarmee de veroordeling en de opgelegde straf in stand bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte tot een taakstraf wegens opzettelijk niet tijdig verstrekken van gegevens aan de sociale dienst.