ECLI:NL:PHR:2010:BK8530
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens onjuiste douaneaangiften en belastingontduiking met terugverwijzing voor herbeoordeling
De zaak betreft een strafrechtelijke procedure tegen een verdachte die leiding gaf aan bedrijven die onjuiste en onvolledige aangiften deden bij de belastingdienst en douane, met als doel belastingontduiking. Het hof had de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en douanewaarde, waarbij lagere waarden werden opgegeven dan de werkelijke marktwaarde.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de omzetbelasting over de maand augustus 1992 daadwerkelijk was verschuldigd, aangezien het hof aannam dat alle ingevoerde goederen in die maand ook waren verkocht, terwijl dit niet met voldoende bewijs was onderbouwd. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof een onjuiste uitleg gaf aan het begrip 'transactiewaarde' in de EEG Verordening 2913/92, met name ten aanzien van de stelling dat de bedrijven als verbonden partijen konden worden beschouwd en zelf de transactiewaarde mochten bepalen.
De Hoge Raad bevestigde dat de transactiewaarde niet onbeperkt subjectief is en dat de door verdachte opgegeven lagere douanewaarden niet juist waren. Het hof had terecht vastgesteld dat hogere waarden hadden moeten worden opgegeven, maar de motivering omtrent de omzetbelasting was onvoldoende. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de omzetbelasting betreft en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
De Hoge Raad merkte tevens op dat de redelijke termijn voor de uitspraak in cassatie was overschreden, hetgeen het hof bij de herbeoordeling in acht kan nemen.
Uitkomst: Arrest van het hof wordt deels vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.