ECLI:NL:HR:2010:BK8530
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens douanefraude en onjuiste omzetbelastingaangifte
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk doen van onjuiste en onvolledige aangiften omzetbelasting en douanewaardeaangiften met als doel het ontduiken van invoerrechten. Verdachte beheerde bedrijven in de VS en Nederland en gaf zelf de hoogte van verkoopprijzen aan, die aanzienlijk lager waren dan de werkelijke inkoopprijzen, om zo minder invoerrechten te betalen.
Het Hof oordeelde dat verdachte niet kon volstaan met de stelling dat zijn bedrijven als verbonden partijen konden worden beschouwd in de zin van art. 29 CDW Pro en dat de door hem gehanteerde lagere douanewaarde niet aanvaardbaar was. Verdachte had geen concrete onderbouwing gegeven voor zijn uitleg van de douanewaardebepaling. De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en verwierp de middelen die dit betwistten.
De Advocaat-Generaal had een gevangenisstraf van één jaar en een geldboete van €25.000 geëist, maar het Hof legde een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 27 maanden op. De Hoge Raad vernietigde de strafoplegging deels vanwege overschrijding van de redelijke termijn en verminderde de gevangenisstraf tot 22 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De overige klachten werden verworpen. De strafmotivering van het Hof werd als toereikend beoordeeld.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot 22 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk wegens overschrijding redelijke termijn.