ECLI:NL:PHR:2010:BK8509

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02423
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overschrijding redelijke termijn in cassatie leidt tot strafvermindering

Verzoeker is door het gerechtshof te Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren en zes maanden wegens deelneming aan een criminele organisatie en meermalen medeplegen van uitvoer van hard- en softdrugs. Daarnaast zijn beslissingen genomen over in beslag genomen voorwerpen en de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

In cassatie is één middel voorgesteld dat klaagt over schending van art. 6, eerste lid, EVRM vanwege de overschrijding van de termijn voor het inzenden van de processtukken naar de Hoge Raad. Het beroep in cassatie werd ingesteld op 28 mei 2008, maar de stukken werden pas op 27 mei 2009 ontvangen, waardoor de zes-maandentermijn ruimschoots is overschreden.

De conclusie van de Procureur-Generaal is dat ook de termijn van zestien maanden waarbinnen de cassatieprocedure dient te zijn afgerond, is overschreden. Dit leidt tot de conclusie dat de bestreden uitspraak vernietigd moet worden voor wat betreft de strafoplegging, met als gevolg strafvermindering.

Uitkomst: De strafoplegging wordt vernietigd en verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Conclusie

Nr. 08/02423
Mr Jörg
Zitting 22 december 2009
Conclusie inzake:
[Verzoeker = verdachte]
1. Verzoeker is door het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, bij arrest van 20 mei 2008 wegens deelneming aan een criminele organisatie en het meermalen medeplegen van uitvoer van hard- en softdrugs veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren en zes maanden. Voorts heeft het hof beslissingen genomen over in beslag genomen voorwerpen. Daarnaast heeft het hof de tenuitvoerlegging gelast van de eerder bij vonnis van de rechtbank te Alkmaar van 29 augustus 2006 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.
2. Deze zaak hangt samen met de ontnemingszaak tegen verzoeker met griffienummer S 08/02425 waarin ik heden eveneens concludeer.
3. Namens verzoeker heeft mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel klaagt over schending van art. 6, eerste lid, EVRM in cassatie, doordat de termijn voor het inzenden van de stukken naar de Hoge Raad is overschreden.
5. Namens verzoeker, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, is op 28 mei 2008 beroep in cassatie ingesteld. De processtukken zijn op 27 mei 2009 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dit betekent dat de zes-maandentermijn waarbinnen de stukken naar de Hoge Raad moeten worden ingezonden ruimschoots is overschreden. Het middel is dus terecht voorgesteld.
6. Ambtshalve merk ik op dat ook de termijn van zestien maanden waarbinnen de cassatieprocedure behoort te zijn afgerond inmiddels is overschreden. Dit alles moet leiden tot strafvermindering.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, en tot vermindering daarvan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G