ECLI:NL:PHR:2010:BK6923
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering ontnemingsbedrag wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage op 25 mei 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van €15.000,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Verzoeker stelde op 4 juni 2007 beroep in cassatie in. De stukken van het geding werden op 21 juli 2008 ontvangen bij de griffie van de Hoge Raad, waardoor de inzendtermijn van maximaal acht maanden met ruim vijfeneenhalve maand werd overschreden.
De Procureur-Generaal wijst er ambtshalve op dat ook de totale duur van de cassatieprocedure de wettelijke termijn van twee jaar met ruim een half jaar heeft overschreden. Deze overschrijdingen van de redelijke termijn leiden volgens vaste jurisprudentie tot een vermindering van het ontnemingsbedrag.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vermindering van het ontnemingsbedrag volgens het gebruikelijke tarief en tot verwerping van het beroep voor het overige. Er zijn geen andere gronden gevonden om de aangevallen beslissing te vernietigen. Deze ontnemingszaak hangt samen met een hoofdzaak waarin eveneens een conclusie is uitgebracht.
Uitkomst: De ontnemingsverplichting wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.