ECLI:NL:PHR:2010:BK6923

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12141 P
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering ontnemingsbedrag wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage op 25 mei 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van €15.000,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Verzoeker stelde op 4 juni 2007 beroep in cassatie in. De stukken van het geding werden op 21 juli 2008 ontvangen bij de griffie van de Hoge Raad, waardoor de inzendtermijn van maximaal acht maanden met ruim vijfeneenhalve maand werd overschreden.

De Procureur-Generaal wijst er ambtshalve op dat ook de totale duur van de cassatieprocedure de wettelijke termijn van twee jaar met ruim een half jaar heeft overschreden. Deze overschrijdingen van de redelijke termijn leiden volgens vaste jurisprudentie tot een vermindering van het ontnemingsbedrag.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vermindering van het ontnemingsbedrag volgens het gebruikelijke tarief en tot verwerping van het beroep voor het overige. Er zijn geen andere gronden gevonden om de aangevallen beslissing te vernietigen. Deze ontnemingszaak hangt samen met een hoofdzaak waarin eveneens een conclusie is uitgebracht.

Uitkomst: De ontnemingsverplichting wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Conclusie

Nr. S 07/12141 P
mr. Hofstee
Zitting 15 december 2009
Conclusie inzake:
[Betrokkene]
1. Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 25 mei 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 15.000,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.(1)
2. Namens verzoeker heeft mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3. Het middel klaagt dat de redelijke inzendtermijn in cassatie is overschreden.
4. Het middel klaagt hier terecht over. Verzoeker heeft op 4 juni 2007 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 21 juli 2008 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dat brengt mee dat de inzendtermijn van maximaal acht maanden met ruim vijfeneenhalve maand is overschreden.
5. Ambtshalve wijs ik er op dat de zaak ook in cassatie niet binnen de daarvoor gestelde termijn kan worden afgedaan. Het geding behoort in cassatie binnen twee jaren met een einduitspraak te zijn afgerond nadat het rechtsmiddel is ingesteld. Deze termijn is inmiddels met ruim een half jaar overschreden.
6. Deze overschrijdingen van de redelijke termijn dienen te leiden tot een door Uw Raad te bepalen vermindering van het ontnemingsbedrag (HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358).
7. Overige gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
8. Deze conclusie strekt tot vermindering van het ontnemingsbedrag volgens het gebruikelijke tarief, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Deze ontnemingszaak hangt samen met de hoofdzaak met griffienummer 07/12166 waarin ik heden eveneens concludeer.