ECLI:NL:PHR:2010:BK6346
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens schending beginselen behoorlijke procesorde in bouwfraudezaak
In deze strafzaak over bouwfraude heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte. De zaak betreft meldingen van omvangrijke fraude en ambtelijke corruptie in de bouwwereld, waarbij verdachte als klokkenluider optrad en cruciale informatie en documenten aan het OM verstrekte.
Het hof stelde vast dat het OM verdachte lange tijd in het ongewisse heeft gelaten over zijn status als verdachte, mede om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen. Pas na een bekentenis op 30 januari 2002 werd verdachte formeel als verdachte gehoord en kreeg hij de cautie. Het hof oordeelde dat deze handelwijze van het OM, waaronder het 'aan het lijntje houden' en het creëren van een gerechtvaardigde verwachting van niet-vervolging, een ernstige schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde vormt.
De advocaat-generaal betoogde ontvankelijkheid van het OM, maar het hof vond dat de belangen van verdachte bij een eerlijk proces zodanig waren geschaad dat niet-ontvankelijkheid gerechtvaardigd was. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug voor hernieuwde behandeling, waarbij ook de discussie over de verjaring van het vervolgingsrecht en de toepassing van nieuwe wetgeving op dit punt aan de orde kwam.
Uitkomst: Het Gerechtshof verklaarde het OM niet-ontvankelijk wegens ernstige schendingen van de beginselen van een behoorlijke procesorde; de Hoge Raad vernietigde dit en verwees de zaak terug.