ECLI:NL:PHR:2010:BK6146
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijswaarde van fotoherkenning door verbalisanten ondanks afwijkende confrontatieprocedure
In deze zaak stond de betrouwbaarheid van fotoherkenning door verbalisanten centraal. Verdachte werd beschuldigd van openlijk in vereniging geweld plegen, bedreiging met zware mishandeling en het gooien van flessen naar een politiebus tijdens Koningendag 2005. De herkenning van verdachte door drie verbalisanten vond plaats via een foto op een computerscherm, een zogenoemde opsporingsconfrontatie die niet volledig aan de eisen van het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek voldeed.
De verdediging voerde aan dat deze herkenningen onbetrouwbaar waren en niet als bewijs mochten dienen. Het hof oordeelde echter dat het Besluit niet onverkort van toepassing is op opsporingsconfrontaties en dat de herkenningen, gezien de onmiddellijke en onafhankelijke aard en de 100% herkenning door getrainde verbalisanten, betrouwbaar waren. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad de strafmotivering, waarbij het hof rekening hield met de recidivekans van verdachte en een psychologisch rapport. De Hoge Raad vond de strafmotivering toereikend en verwierp de middelen van cassatie. De opgelegde gevangenisstraf van vijf maanden werd gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte tot vijf maanden gevangenisstraf wegens openlijk geweld en bedreiging.