ECLI:NL:PHR:2010:BK5498
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewezenverklaring medeplegen diefstal buitenboordmotoren en rubberboot
Verdachte werd door het Gerechtshof Leeuwarden veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen van een rubberboot en buitenboordmotoren, gepleegd op 24 augustus 2005 in Groningen. Het hof stelde dat verdachte zijn medeverdachte bewust naar de plaats van de diefstal had gereden en dat er sprake was van een nauwe samenwerking. Verdachte voerde verweer tegen het medeplegen, stellende dat er geen nauwe samenwerking was.
De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit eerdere jurisprudentie en oordeelt dat het hof een omstandigheid heeft aangenomen die niet met voldoende nauwkeurigheid uit de bewijsmiddelen blijkt, namelijk dat de buitenboordmotoren te zwaar zouden zijn om door één persoon te worden getild. Desondanks concludeert de Hoge Raad dat uit de overige bewijsmiddelen voldoende volgt dat sprake was van een gezamenlijke uitvoering en bewuste samenwerking.
Het cassatiemiddel faalt zowel ten aanzien van de bewezenverklaring als de motivering van het hof. De Hoge Raad constateert wel een overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, maar ziet geen aanleiding tot vernietiging van het vonnis. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen diefstal.