ECLI:NL:PHR:2010:BK4739
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Merkinbreuk door louter afvullen van blikjes bestemd voor export buiten EU
In deze zaak staat centraal of het louter afvullen van blikjes die reeds voorzien zijn van een merk, moet worden aangemerkt als gebruik van dat merk in de zin van de Merkenrichtlijn, ook indien dit afvullen geschiedt als dienstverlening voor een ander en de blikjes bestemd zijn voor export buiten de Benelux en EU.
Red Bull, houder van bekende merken voor energy drinks, vordert tegen [eiseres], een onderneming gespecialiseerd in het afvullen van blikjes, die in opdracht van Smart Drinks (buiten EU gevestigd) blikjes vult met energy drinks voorzien van tekens die verwarring kunnen veroorzaken met Red Bull merken. Het hof oordeelde dat het handelen van [eiseres] als merkgebruik kwalificeert en dat sprake is van merkinbreuk.
De Hoge Raad overweegt dat de vraag of louter afvullen als merkgebruik moet worden aangemerkt, en welke maatstaf geldt voor de beoordeling van verwarringsgevaar bij exportproducten, vragen van uitleg van de Merkenrichtlijn zijn die niet zonder twijfel kunnen worden beantwoord op basis van bestaande jurisprudentie. Daarom stelt de Hoge Raad prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) over deze kwesties en schorst de procedure totdat het HvJ EG uitspraak doet.
De zaak bevat uitgebreide bespreking van relevante arresten van het HvJ EG en het Benelux-Gerechtshof, waaronder de verhouding tussen aanbrengen van een merk, gebruik in het economisch verkeer en de bescherming van merkfuncties, met bijzondere aandacht voor export en doorvoer. Ook wordt de toepassing van de 'rule of reason'-toets besproken, waarbij niet elk merkgebruik automatisch tot inbreuk leidt.
De Hoge Raad benadrukt dat het merkgebruik door een partij die louter afvult in opdracht van een ander, en de beoordeling van verwarringsgevaar in het kader van export buiten de EU, complexe vragen oproepen die nadere uitleg van het HvJ EG vereisen. De uitspraak zal richtinggevend zijn voor de grenzen van merkbescherming in dergelijke situaties.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het HvJ EG over merkgebruik bij louter afvullen en schorst de procedure.