Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.de vennootschap naar vreemd recht BACARDI & COMPANY LIMITED,
BACARDI INTERNATIONAL LIMITED,
1.de vennootschap naar vreemd recht BACARDI & COMPANY LIMITED,
BACARDI INTERNATIONAL LIMITED
zaak 1). Zij heeft 20 grieven tegen deze vonnissen aangevoerd.
zaak 2). Zij heeft acht grieven tegen dit vonnis aangevoerd. Mevi heeft, onder aanvoering van één grief, incidenteel beroep ingesteld.
de Beneluxin de handel zullen worden gebracht;
worden aangemerkt als ingevoerd, dan wel
worden aangemerkt als niet ingevoerd, dan wel
behoudens tegenbewijs worden vermoed in de EER te zijn (binnengebracht met als doel ze aldaar in de handel te brengen en derhalve) ingevoerd
- dat enerzijds goederen met AGP-status vergelijkbaar zijn met T1-goederen omdat ze niet in de handel kunnen worden gebracht dan nadat ze zijn uitgeslagen tot verbruik, de accijnsheffingen zijn betaald en daartoe strekkende formaliteiten zijn verricht, waarvan geen sprake is zolang zij zich onder een accijnsschorsingsregeling bevinden, terwijl uitslag tot verbruik slechts één van de mogelijkheden is waarvoor met betrekking tot goederen onder een accijnsschorsingsregeling kan worden gekozen en de goederen ook weer uitgevoerd kunnen worden, zodat geen sprake is van “gebruik in het economisch verkeer” zolang de goederen zich onder een accijnsschorsingsregeling bevinden (r.o. 33);
- dat anderzijds AGP-goederen douanerechtelijk zijn ingevoerd en in het vrije verkeer zijn gebracht, waardoor het communautaire goederen zijn geworden, zodat in zoverre het Class-arrest niet geldt en sprake is van “invoeren” en “gebruik in het economisch verkeer”(r.o. 33);
- dat er voorshands geen goede redenen lijken te zijn om goederen douanerechtelijk in het vrije verkeer te brengen en de eventueel verschuldigde douanerechten en heffingen te betalen en vereiste formaliteiten te verrichten als niet het voornemen bestaat de goederen in de Europese Unie in de handel te brengen. Dit zou een reden kunnen zijn om aan te nemen dat het wijzigen van een T1-status in een AGP-status impliceert, althans het vermoeden rechtvaardigt dat de goederen in de Europese Unie in de handel zullen worden gebracht (r.o. 34);
- dat het bovenstaande reden zou kunnen zijn om tot een – door tegenbewijs weerlegbaar – vermoeden te komen dat de goederen in de Europese Unie zijn binnengebracht met als doel ze aldaar in de handel te brengen en derhalve zijn ingevoerd en voorstelbaar is dat de merkhouder bij plaatsing van goederen onder een accijnsschorsingsregeling wel (anders dan bij T1-goederen) mag verlangen dat met betrekking tot de goederen op dat moment reeds een eindbestemming in een derde land is vastgelegd (r.o.34).
- voor bepaalde goederen (goederen met een EU preferentiële oorsprong, dat wil zeggen die van oorsprong in de EU zijn geproduceerd) die onder een accijnsschorsingsregeling zijn geplaats kan – anders dan voor goederen die onder een douaneschorsingsregeling zijn geplaatst – een zogenaamd oorsprongs- of EUR1-certificaat worden verkregen. Op basis van handelsovereenkomsten tussen de EU en derde landen kan met behulp van dat certificaat aanspraak worden gemaakt op vrijstelling van of lagere invoerrechten bij invoer in die landen. Indien de producent van Europese goederen deze heeft uitgevoerd uit de EU dan kan een oorsprongscertificaat alleen nog maar worden verkregen door deze goederen weer in te voeren omdat daarvoor vereist is dat de goederen zich douanerechtelijk in het vrije verkeer bevinden;
- bij vervoer onder een accijnsschorsingsregeling behoeft in de regel veel minder zekerheid gesteld te worden dan bij extern douanevervoer (ten aanzien van opslag verschilt de zekerheid niet (zo) sterk) en wordt de zekerheid jaarlijks vooraf bepaald, terwijl het bij vervoer onder de regeling extern douanevervoer bovendien mogelijk is dat de zekerheid tussentijds verhoogd moet worden bij onverwachte omstandigheden; een en ander kan, gezien het belang van liquiditeit in de internationale goederenhandel, van (wezenlijk) belang zijn;
- bij accijnsgoederenvervoer onder dekking van een e-AD zijn de risico’s voor de AGP-vergunninghouder/vervoerder geringer dan bij vervoer onder een douaneschorsingsregeling, omdat door het bij vervoer onder dekking van het e-AD gebruikte IT-systeem NCTS de identiteit van alle ontvangende vergunninghouders bekend is en die ontvanger het risico draagt bij inontvangstneming; bij vervoer onder een douaneschorsingsregeling is niet met zekerheid vast te stellen of de ontvangende partij daadwerkelijk vergunninghouder is en in geval van een schijnvergunninghouder blijft het risico voor de douaneschulden bij de verzendende vergunninghouder rusten;
- er zijn minder (praktische) obstakels bij vervoer onder dekking van een e-AD dan bij vervoer onder de regeling extern douanevervoer: bij vervoer onder de regeling extern douanevervoer geldt een wachttijd van twee uur tussen melding aan de douane en de daadwerkelijke lossing of inslag en moet het voertuig verzegeld worden, hetgeen extra werkzaamheden meebrengt en de vervoeder minder flexibel maakt (met name in geval van tussentijdse bijlading of lossing), welke eisen niet gelden bij vervoer onder een e-AD; bovendien zijn bij vervoer onder de regeling extern douanevervoer fysieke controles door de douane veel gebruikelijker dan bij vervoer onder e-AD;
- de tarieven van vervoer onder e-AD zijn door voormelde voordelen in een aantal gevallen goedkoper dan bij vervoer onder de regeling extern douanevervoer.
- niet-Europese Bacardi-producten in de EU binnenkomen bij Mevi als niet- communautaire goederen;
- waarna deze goederen, die reeds daarvoor of daarna onder T1-verband worden verkocht, enige tijd onder een douaneschorsingsregeling worden geplaatst;
- na welke verkoop Mevi de invoerformaliteiten vervult en de goederen in het vrije verkeer als bedoeld in artikel 129 CDW Pro komen en aldus communautaire goederen zijn geworden,
- waarna zij – voor zover in casu van belang – in een AGP worden opgeslagen,
- waarna de goederen door de afnemer van [X] of diens afnemer
26.Richtlijn 89/104/EEG
27.Artikel 2.20 BVIE
28.a. Accijnsrichtlijn 1992
28.b. Accijnsrichtlijn 2008
Artikel 2
29.Wet op de accijns
tot 1 april 2010is bepaald:
Artikel 1
vanaf 1 april 2010is bepaald:
- voor bepaalde goederen (goederen met een EU preferentiële oorsprong, dat wil zeggen die van oorsprong in de EU zijn geproduceerd) die onder een accijnsschorsingsregeling zijn geplaats kan – anders dan voor goederen die onder een douaneschorsingsregeling zijn geplaatst – een zogenaamd oorsprongs- of EUR1-certificaat worden verkregen. Op basis van handelsovereenkomsten tussen de EU en derde landen kan met behulp van dat certificaat aanspraak worden gemaakt op vrijstelling van of lagere invoerrechten bij invoer in die landen. Indien de producent van Europese goederen deze heeft uitgevoerd uit de EU dan kan een oorsprongscertificaat alleen nog maar worden verkregen door deze goederen weer in te voeren omdat daarvoor vereist is dat de goederen zich douanetechnisch in het vrije verkeer bevinden;
- bij vervoer onder een accijnsschorsingsregeling behoeft in de regel veel minder zekerheid gesteld te worden dan bij extern douanevervoer (ten aanzien van opslag verschilt de zekerheid niet (zo) sterk) en wordt de zekerheid jaarlijks vooraf bepaald, terwijl het bij vervoer onder de regeling extern douanevervoer bovendien mogelijk is dat de zekerheid tussentijds verhoogd moet worden bij onverwachte omstandigheden; een en ander kan, gezien het belang van liquiditeit in de internationale goederenhandel, van (wezenlijk) belang zijn;
- bij vervoer onder dekking van een e-AD zijn de risico’s voor de AGP-vergunninghouder/vervoerder geringer dan bij vervoer onder een douaneschorsingsregling;
- er zijn minder (praktische) obstakels bij vervoer onder dekking van een e-AD dan bij vervoer onder de regeling extern douanevervoer;
- de tarieven van vervoer onder dekking van een e-AD zijn in een aantal gevallen goedkoper dan bij vervoer onder de regeling extern douanevervoer.
- niet-Europese Bacardi-producten in de EU binnenkomen bij Mevi als niet- communautaire goederen;
- waarna deze goederen, die door [X] reeds daarvoor zijn of daarna onder T1-verband worden verkocht, enige tijd onder een douaneschorsingsregeling worden geplaatst;
- na welke verkoop Mevi de invoerformaliteiten vervult en de goederen in het vrije verkeer als bedoeld in artikel 129 CDW Pro komen en aldus communautaire goederen zijn geworden,
- waarna zij – voor zover in casu van belang – in een AGP worden opgeslagen,
- waarna de goederen door de afnemer van [X] of diens afnemer
n zaak 2