ECLI:NL:PHR:2010:BK4555
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid eigen bijdrage voor privégebruik duurdere leaseauto
Belanghebbende was in 2003 werknemer bij een werkgever die hem twee leaseauto's ter beschikking stelde, waarvan één duurder was dan het leasebudget toeliet. Belanghebbende betaalde een vaste eigen bijdrage voor privégebruik en een extra bovennormbijdrage voor de duurdere auto. De vraag was welk deel van deze bovennormbijdrage als vergoeding voor privégebruik kon worden aangemerkt en daardoor aftrekbaar was van het autokostenforfait.
De Rechtbank had de aanslag verminderd, maar het Hof verklaarde het hoger beroep van belanghebbende ongegrond en stelde het belastbaar inkomen vast op het niveau van de uitspraak op bezwaar. Het Hof oordeelde dat de bovennormbijdrage gesplitst moest worden naar privé- en zakelijk gebruik en alleen het privégebruik in mindering kon worden gebracht.
De Hoge Raad bevestigde dat de eigen bijdrage gesplitst moet worden naar het gebruik en dat alleen het deel dat betrekking heeft op privégebruik aftrekbaar is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen wegens gebrek aan bewijs van ongelijke behandeling. Ook werd bevestigd dat de regeling sinds 2001 inhoudelijk gelijk is gebleven ten opzichte van de Wet IB 1964. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat alleen het deel van de eigen bijdrage dat betrekking heeft op privégebruik aftrekbaar is van het autokostenforfait.