ECLI:NL:PHR:2010:BK3531
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overschrijding redelijke termijn in cassatie leidt tot strafverlaging
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte op 10 december 2007 veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en medeplegen van witwassen, met een gevangenisstraf van vier jaar.
Verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest. In de cassatiefase werd vastgesteld dat de inzendtermijn van de stukken naar de Hoge Raad met tien maanden en een dag was overschreden, wat een schending van artikel 6 lid 1 EVRM Pro inhoudt.
De Hoge Raad acht deze schending van de redelijke termijn voldoende reden om de opgelegde straf te verlagen. Er werden geen andere gronden gevonden om het arrest te vernietigen. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot vernietiging van het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en tot strafverlaging.
Uitkomst: De Hoge Raad verlaagt de opgelegde straf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.