ECLI:NL:PHR:2010:BJ3574
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt deelvrijspraak mensenhandel wegens verkeerde uitleg wederrechtelijk verblijf
In deze zaak stond verdachte terecht voor mensenhandel en medeplegen van het faciliteren van wederrechtelijk verblijf van vrouwen die als prostituee werkten. Het hof sprak verdachte deels vrij voor het bestanddeel 'wederrechtelijk verblijf' ten aanzien van drie vrouwen die op een geldig Schengenvisum in Nederland verbleven. De Advocaat-Generaal stelde cassatie in tegen deze deelvrijspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste uitleg had gegeven aan het begrip 'wederrechtelijk' in art. 197a Sr. Het hof had onvoldoende rekening gehouden met het gemeenschapsrechtelijke kader van de Schengen Uitvoerings Overeenkomst (SUO) en de voorwaarden waaronder een visumhouder rechtmatig verblijf heeft. De HR bevestigde dat verblijf rechtmatig is zolang het visum geldig is en niet is ingetrokken, en dat het verrichten van arbeid niet automatisch leidt tot wederrechtelijk verblijf zolang het visum niet is ingetrokken.
Daarnaast besprak de HR uitvoerig de bewijsvoering omtrent misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en bevestigde dat de bewezenverklaring van misbruikmiddelen voldoende gemotiveerd was. De HR vernietigde het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft met betrekking tot het wederrechtelijk verblijf en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, met inachtneming van de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de deelvrijspraak wegens verkeerde uitleg van 'wederrechtelijk verblijf' en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.